11.10.07

De Troonsopvolging

Een tijdje geleden werd ik ontboden op het Paleis.

Toen de portier mij binnenleidde in de Koninklijke Salon en ik aldaar de gelaatstrekken van Herman Van Rompuy en Mark Eyskens ontwaarde, wist ik meteen hoe laat het was. Maar ik zou onze Vorst eerst zijn zegje laten doen. Na enige ogenblikken schreed Albert II plechtig de Salon binnen en nam het woord.



"Mijne Heren, Waarde Ministers van Staat,
Het is mij een werkelijk genoegen u te kunnen mede delen
dat de Koningin, alsook de Secretaris van de Koning,
zijnde Jacques van Yperstrele de Strihou,
er vanavond helaas niet kunnen bijzijn.
U begrijpt wat dit betekent."

"Kleurenwies!!", schreeuwden wij als uit één keel.
De Koning staat er namelijk om bekend graag kaartavonden te organizeren als hij het kot voor zich heeft. Blijkbaar had Paola al weken liggen zagen om eens een avond naar de opera te gaan, maar Berre moet naar eigen zeggen niet van dat varkensgekeel weten en had François-Xavier de Donnéa gevraagd haar nog eens mee uit te nemen. Van Ypersmeersel de Spirou had hij ondertussen een paar dagen op congé gestuurd.

Opgepast, die spelletjes kaart vinden plaats op het scherp van de snee: Eyskens bijvoorbeeld kan absoluut niet tegen zijn verlies en zal zonodig vals spelen om zijn gelijk te halen. Van Rompuy dan weer memoriseert quasi-perfect welke kaarten er al of nog niet gevallen zijn en past uit het hoofd Monte-Carlo analyse toe om zijn kansen te berekenen. En de Koning moogt ge zoals bekend geen vragen stellen, wat behoorlijk lastig kan zijn tijdens het wiezen.

Er worden naar gewoonte natura ingezet. Eyskens, die geniepigaard, zet meestal zijn schilderijen in - die zijn natuurlijk geen fluit waard maar de Vorst begrijpt dat niet. Als ge uw leven lang een dotatie ontvangt, hebt ge geen besef van de waarde der dingen. Ik neem doorgaans een paar kilo koteletten van een goed in het vlees zittend kalf mee maar Van Rompuy had die avond zijn eerste druk van Teilhard de Chardin's "Le Phénomène Humain" ingezet. Daardoor werden zijn zenuwen danig op de proef gesteld en al spoedig gingen de poppen aan het dansen - na een slecht afgelopen troel beschuldigde Van Rompuy Eyskens ervan in zijn kaarten gegluurd te hebben en de twee begonnen luid te bekvechten. Berre deed een teken naar mij en we zonderden ons stilletjes af richting Koninklijke Veranda.

"Waarde Jean-Luc, laat ons van deze onderbreking gebruik maken
om als twee oude kameraden
een paar woorden te wisselen.
Er moet mij namelijk iets van het hart."

"Zeg het maar, o gewaardeerde Vorst, ge weet, mij kunt ge vertrouwen!" (Akkoord, het is misschien niet schoon dat ik onze conversatie hier nu lig na te vertellen, maar mijn bedoelingen zijn goed, ge zult zien.)

"Ik zit met die aloude existentiële vraag:
Hoe moet het met mijn opvolging?
Wie zal er mijn nalatenschap - onze fiere natie -
in ere houden?"

"Wel, hoogedel staatshoofd, me dunkt dat ge kinderen genoeg gemaakt hebt!"

"Zwijg stil, Jean-Luc! De ene, die kan het niet. Die andere heeft het te druk met haar klein mannen of hangt de sloor uit voor haar tirannieke Habsburger. De derde zou ik nog geeneens vertrouwen als boswachter in het Zoniënwoud, laat staan als staatshoofd.
Ons Delphineke zou waarschijnlijk nog de meest bekwame zijn van al, maar die wil dan weer niet, en kan mij niet meer rieken of zien. Bij de Hollanders en de Engelsen schijnen ze vooral problemen te hebben met de schoondochters, maar daar kan ik niet van klagen. Integendeel, het is mijn eigen bloed dat mij in de steek laat!"

"En dat schoon kind daar in de Matonge-wijk..."

"Parbleu, Jean-Luc!
Laat ons serieus blijven, een troonsbestijger moet op zijn minst integraal blauw bloed hebben, wij van Saksen-Coburgs accepteren geen half-half. Geef mij alstublieft deftig advies."

"Misschien zijn we te streng voor Filip en moeten we hem toch een kans geven..."

"Va't en, Jean-Luc!
Eerder nog zal André Flahaut het Groot Dictee der Nederlandse Taal winnen, dan dat Filip drie samenhangende zinnen na elkaar uitspreekt - in het Nederlands of Frans, maakt niet uit.
Kunt ge u al voorstellen in wat voor affronten we gaan vallen tijdens kersttoespraken of 21 juli-vieringen?"

"Heu, misschien dan één van de klein mannen van Filip - een beetje zoals ze bij de Engelsen van plan zijn..."

"Ik moet zeggen, ons Gabrieleke ziet er mij een snugger ventje uit.
De genen die het intellect bestieren hebben blijkbaar een generatie overgeslagen. Maar het bazeken is begot nog maar vier jaar oud."

"Ze zijn nooit te jong, Sire."

"Mais non, Jean-Luc! Hoe gaat dat nu?
En ik betwijfel of ik lang genoeg ga leven om dat ventje meerderjarig te zien worden. Ik kan mijn glazen Calvados opzeggen en vitamine-pillen beginnen slikken à la docteur Le Compte maar wie zegt dat dat gaat helpen?"

"Hooggewaardeerd Vorst, dat bedoel ik niet. Denk aan uw broer. Het is al eerder gedaan."

"... génial, Jean-Luc!
Een voogd! Een Prins-Regent! Zoals Karel indertijd, maar dan bij voorkeur een niet-geschifte variant. Maar wie dan heeft voldoende wijsheid, ervaring, kennis en politieke bedrevenheid om zo'n functie op te kunnen nemen - en bovenal, wie kan ik vertrouwen?"

"..."

"Mais oui, natuurlijk...!
Toekomstig Prins-Regent Dehaene, bij deze feliciteer ik u alvast.
Ik wist dat ik op uw advies zou kunnen rekenen!"

Nadat ik zo mijn aanvullend pensioen veilig had gesteld, hervatten we ons kaartspel. De twee kemphanen waren ondertussen gekalmeerd. Ik voelde me opgelucht en onklopbaar, alsof ik net zegevierend een formatieberaad had afgesloten. U mag twee keer raden wie met Eyskens' gekladder en Van Rompuys boekje aan de haal ging.

4 opmerkingen:

Geert S. Simonis zei

Mark Van den Wijngaert is een baas

Den Dikke zei

Naast fotografen en journalisten heb ik ook - zij het in iets mindere mate - de pest aan historici. Ik schrijf liever mijn eigen geschiedenis, dankuwel, ik heb mijn feiten goed op een rijtje. Zelfs Blaaskaak De Wever werkt dikwijls op mijn zenuwen.
Dit gezegd zijnde, ik vermoed dat die Wijngaert voornamelijk probeert zijn boekskens verkocht te krijgen en lang heeft liggen zoeken naar een originele - zij het behoorlijk gemaakte - premisse.

Geert S. Simonis zei

bekentenis: ik heb zelf de ambitie om historicus te worden
sterker nog ik ben about one thesis away van de verwezelijking van die ambitie
toegegeven: De Wever doet ons nobel ambacht bepaald geen eer aan
en Mark, tja Mark
ik heb in een ver verleden nog les van hem gekregen op wijlen de Katholieke Universiteit Brussel
toen slaagde hij er al in om zijn boeken aan ons op te dringen bij wijze van cursus
het ga je goed Mark!

Anoniem zei

Een universiteit in Brussel??? Dat is nieuw...